Onderstaande vragen A t/m D zijn beschreven en verwerkt in de PPT. Deze heb ik besproken in een groep studenten en vragen beantwoord. De verwerking hiervan zie je in het tweede deelvragen A t/m F.
A. Bepalen van Kerndoelen/Leerdoelen
B. Bepalen van Vervlechting Kerndoelen/Leerdoelen (mate van
integratie)
C. Bepalen van Aard Begeleiding (team teaching, fading
in/out)
D. Bepalen van Aard Leeromgeving (simulatie, authenticiteit,
project rondom "big question")
VOORAL: Feedback en vragen van medestudenten verwerkt naar aanleiding van en verwerkt bij onderstaande vragen.
A.
Assessment criteria (bijv. out-of-the box genoeg?)
B. Juiste kerndoelen/leerdoelen gekozen? Andere keuze beter?
Belangrijkste kerndoel is integratie theorie en praktijk en de differentiatie. Daarbij is de
kanttekening dat een student een “ verkeerde” keus zou kunnen maken waardoor
het jaar minder aantrekkelijk wordt en mogelijk niet haalbaar. Een studieachterstand
zou het gevolg kunnen zijn.
Momenteel lopen studenten ook een studieachterstand op als
ze hun minor niet voldoende afsluiten maar is deze studieachterstand hooguit 6
maanden. Het risico van dit lintprogramma zou kunnen zijn dat studenten een
jaar achterstand oplopen. Echter is de begeleiding erg intensief en zijn de
mogelijkheden binnen een organisatie als de GGZ erg groot ten aanzien van stage
mogelijkheden. Zou een student ergens vastlopen zijn de betreffende docenten
meteen ter plaatse en is eventueel over plaatsing een optie.
C. Haalbaar ontwerp? (Adriaan/Danielle helpen ook mee met
deze vraag)
De haalbaarheid zal moeten blijken. Het feit dat er in 2014
een differentiatie moet staan is een feit. Hoe deze vorm gegeven moet worden
nog niet. Echter is er wel besloten dat een lintprogramma het meest voor de
hand ligt. De praktijk binnen de GGZ wil hier wel naartoe en heeft aangegeven
hun medewerking te verlenen. Dat zou betekenen dat de differentiatie GGZ als
pilot zou kunnen fungeren en de kinderziektes kan verkennen en signaleren. Ook
geeft het de andere werkvelden tijd om tot ontwikkeling te komen. Mogelijk
ontdekken we hierdoor dat deze vorm zich wel leent voor bepaalde werkvelden
maar niet voor alle etc. De vraag of deze vorm voor alle differentiaties moet
gelden en/ of er dus verschillende mogelijkheden ontwikkeld moeten worden is de
vraag.
Het enige werkveld waar duidelijk signalen, verwachtingen en
behoeften aan zijn gegeven is de GGZ. De studenten geven opleiding breed aan
dat de wens een lintprogramma is. Echter geven de studenten wel aan bang te
zijn voor hun mogelijkheden in bijbaantjes.
D. Integraal onderwijs? Nog te vakgericht?
Ja, op een hele duidelijke manier.
E. Flow onderwijs? Meer flow?
Ja. Er zijn waarschijnlijk ook andere mogelijkheden maar gezien de wensen van het werkveld, de uitslag van de klaag/ jubel muur van de huidige minoren en de ervaring van betreffende docenten lijkt dit een wenselijke mogelijkheid.
Alleen al de manier waarop erover verteld wordt lijkt flow
op te leveren. Voor studenten is er een duidelijke link te vinden tussen
theorie en praktijk. De theorie en opdrachten zijn aan het werkveld te linken
en door korte lijntjes, herkenning, oefen mogelijkheden , praktijktoetsing,
collegiaal overleg lijkt flow mogelijk.
F. Strokend met curriculum analyse? Hou je voldoende focus
met wat de school/bedrijf nodig heeft?Ja. Er zijn waarschijnlijk ook andere mogelijkheden maar gezien de wensen van het werkveld, de uitslag van de klaag/ jubel muur van de huidige minoren en de ervaring van betreffende docenten lijkt dit een wenselijke mogelijkheid.